InfotopmenuProjecten
Beschermingsplan rapunzel
Samenvatting

Het voortbestaan van de witte rapunzel en zwartblauwe rapunzel in Noord-Brabant wordt zeer ernstig bedreigd. Als de negatieve trend van de afgelopen 10-20 jaar zich voortzet dan zijn beide rapunzelsoorten zeer waarschijnlijk binnen afzienbare tijd verdwenen. Zo daalde het aantal exemplaren van de witte rapunzel op de Landgoederen Valkenberg en Hondsdonk en het Chaamsche Bosch van circa 1000 exemplaren in 1987 naar 125 tot 150 exemplaren in 2007. Het totaal aantal exemplaren van de witte rapunzel in Noord-Brabant ligt tussen de 250 en 300 exemplaren, terwijl van de zwartblauwe rapunzel nog slechts enkele tientallen exemplaren resteren.

Witte rapunzel Zwartblauwe rapunzel



Verspreiding van de witte rapunzel nabij Chaam in 1987

In juli 2007 is door de provincie Noord-Brabant aan het Ecologisch Adviesbureau Cools de opdracht verleend om een beschermingsplan op te stellen waarin is vastgelegd hoe de witte en zwartblauwe rapunzel op een duurzame wijze voor Noord-Brabant kunnen worden behouden. Het streefbeeld om dit doel te kunnen bereiken bestaat uit drie strategieën: handhaven, versterken en ontwikkelen c.q. herstellen van groeiplaatsen van de rapunzels binnen vier perioden.

Om de huidige groeiplaatsen van de witte en zwartblauwe rapunzel te kunnen behouden is het van cruciaal belang dat op zeer korte termijn (= binnen 3 jaar) doelgerichte maatregelen worden genomen in de nog bestaande groeiplaatsen, te weten voor de witte rapunzel het Ulvenhoutsche Bosch, de Landgoederen Hondsdonk en Valkenberg en het Chaamsche Bosch, en voor de zwartblauwe rapunzel het Landgoed Heerenbeek en Wijboschbroek.
Op korte termijn (= binnen 5 jaar) tot middellange termijn (= binnen 10 jaar) wordt gestreefd naar een herstel van veelal oorspronkelijke groeiplaatsen en de ontwikkeling van nieuwe groeiplaatsen in bestaande natuurgebieden, alwaar de zwartblauwe rapunzel in de periode 1975-1995 nog aanwezig was en/of die voldoende omvang bezitten en/of waar diverse en goede herstel- of ontwikkelingsmogelijkheden aanwezig zijn. In totaal zijn vijf gebieden dan wel natuureenheden geselecteerd: het Liesbosch, beekdal van het Spruitenstroompje, De Mortelen, de Kuppenbunders, het Achterste Broek en De Scheeken en De Geelders.
Op lange termijn (= meer dan 10 jaar) wordt gestreefd naar een herstel en/of ontwikkeling van de volgende groeiplaatsen:

  • van de witte rapunzel in delen van het stroomgebied van de Mark; naast het Ulvenhoutsche Bosch, beekdalen van de Chaamsche Beken (ondermeer Landgoederen Valkenberg en Hondsdonk, Chaamsche Bosch) ook de midden- en benedenloop van het Merkske, De Withagen en middenloop van de Strijbeeksche Beek;

  • van de zwartblauwe rapunzel in delen van het stroomgebied van de Dommel, Reusel, Beerze, Aa en Zandleij, in het beekdal van de Molenbeek en in de Landgoederen De Tongelaar en Ossenbroek in het stroomgebied van de Lage Raam.

De gebieden alwaar op lange termijn wordt gestreefd naar herstel en/of ontwikkeling van groeiplaatsen zijn in dit plan niet nader uitgewerkt.

Voor behoud, versterking, herstel en/of ontwikkeling van bestaande en/of nieuwe groeiplaatsen zijn de belangrijkste knelpunten:Om het beschreven streefbeeld te kunnen realiseren kan geheel of grotendeels gebruik worden gemaakt van bestaande budgetten vanuit ondermeer het Programma Beheer, de regeling Effect gerichte Maatregelen (EGM) en/of vanuit de provinciale subsidieregeling voor soortenbescherming.

  • het onderbreken van (kiemkrachtig) zaadmateriaal. De kiemkracht van het zaad van de rapunzels is maximaal één jaar. Aangezien op diverse plekken de rapunzels al vele jaren zijn verdwenen is herontwikkeling zonder inbreng van nieuw zaadmateriaal onmogelijk;

  • onvoldoende kieming door een verstoring van de specifieke milieucondities en/of door inteelt;

  • door achterstallig beheer van ondermeer sloot- en greppelkanten zijn groeiplaatsen van zwartblauwe rapunzel verdwenen, alsook door overwoekering van bepaalde soorten van bosranden c.q. zomen;

  • overwoekering van de groeiplaatsen van zowel de witte als de zwartblauwe rapunzel door grote brandnetel, zevenblad, reuzenbalsemien, varens, klimop en bramen als gevolg van beekinundaties en zeer waarschijnlijk ook door atmosferische depositie en/of verdroging;

  • met name voor de witte rapunzel geldt dat deze veelal voorkomt op de oevers van (zij)beken of in de directe nabijheid van (zij)beken. Door (te) hoge fosfaat- en nitraatgehalten in het beekwater is menige groeiplaats van de witte rapunzel hierdoor verdwenen alsook door piekafvoeren.

Om deze knelpunten te kunnen oplossen is de uitvoering van diverse maatregelen noodzakelijk. Voor wat betreft de groeiplaatsen die op zeer korte termijn moeten worden behouden en versterkt is een onderscheid gemaakt tussen acties met een zeer hoge prioriteit en een hoge prioriteit. De acties met een zeer hoge prioriteit moeten in 2008 uitgevoerd worden en de acties met een hoge prioriteit binnen maximaal 3 jaar. Voor de gebieden waar groeiplaatsen moeten worden ontwikkeld geldt de periode van maximaal 5 tot 10 jaar.

Naast de beheers- en inrichtingsmaatregelen is een gedetailleerd onderzoek noodzakelijk van de nog bestaande groeiplaatsen, waarbij de huidige omvang van de populaties wordt vastgelegd, zowel qua aantal exemplaren, als qua begrenzing van de populatie op kaart, en door het maken van vegetatieopnamen.

Een jaarlijkse monitoring van de bestaande en toekomstige groeiplaatsen is noodzakelijk om te kunnen bepalen of het streefbeeld binnen de diverse perioden zal worden gerealiseerd. Daarnaast dient jaarlijks te worden bepaald in welke mate de groeiplaatsen nog of al voldoen aan de gestelde eisen.

Voor de uitvoering van het actieplan is nauw overleg noodzakelijk tussen de provincie Noord-Brabant en de terreinbeherende instanties dan wel andere belangrijke eigenaren van groeiplaatsen.
 

Infobottom menuProjecten